De Vliet

In de vroege middeleeuwen was de Vliet een van de vele kreken in de Rijnmond die afvloeide in de Rijn die toen nog in open verbinding stond met de Noordzee.

We komen de Vliet voor het eerst tegen in het goederenregister van de Utrechtse St. Maartenskerk (de huidige Domkerk). Daarin wordt omstreeks het jaar 800 voor de eerste maal het dorp ‘Rinasburg’ genoemd, gelegen aan de ‘Flieta’. Met name de kapel van de toen nog kleine nederzetting behoorde tot de bezittingen van het bisdom Utrecht.

Uit opgravingen blijkt dat hier vanaf omstreeks 600 langs het water gewoond werd in kleine nederzettingen, bestaande uit woonboerderijen gemaakt van hout met lemen wanden en een rieten dak. Men leefde van de landbouw.

Impressie van een nederzetting aan de Rijn uit de periode 575 – 775, gebaseerd op opgravingen in de omgeving van de Utrechtse wijk Leidsche Rijn. (Illustratie Daan Claessen / Gemeente Utrecht)

De Vliet vormde een meander door het dorp en werd gebruikt als getijhaven voor schepen die als kustvaarders de Rijnmond gebruikten als toegangspoort tot de Noordzee. Lees ook in de Canon van Katwijk, over het belang van Rijnsburg als handelscentrum rond het jaar 1000 (aan het eind van Venster 4: ‘Grote Havikssteigers’).

Reconstructie van het landschap en de bewoning van Rijnland in de vroege middeleeuwen, omstreeks 750.
                           (© Historische atlas van Leiden – 2024 Uitgeverij THOTH)

Aangenomen wordt, dat bij de stichting van de Abdij in 1133 de meander werd afgesneden door kanalisatie om de aanvoer van bouwmaterialen mogelijk te maken. In de abdij-periode (1133-1574) werd het rustige grachtje gebruikt door schippers, boeren en landbouwers voor vervoer van turf, hooi en landbouwproducten.

Ook in latere jaren bleef de Vliet gebruikt worden voor aan- en afvoer van goederen zoals kolen, turf, zand, bollen en groenten. Ook al omdat er langs de Vliet vele middenstandsbedrijven waren gevestigd. Op het hoogtepunt waren er vanaf hier (de Bakkersebrug) tot aan de Dubbelebuurt zo’n 40 winkeliers gevestigd.

De Vliet vormde het hart van het dorp: op de Koestraatbrug werden de preek en het voetbal besproken, ’s winters werd er geschaatst en op zondag werd er door de jeugd rondjes over de bruggen gelopen. Menig huwelijk vond er zijn romantische oorsprong. Aan de Noordzijde, in de buurt van de kruising met de Koestraat, stond de muziektent waar op feestdagen muziekvereniging Wilhelmina speelde.

Bij de foto: De Vliet in de jaren ’50 van de vorige eeuw met rechts van het midden  onder de bomen de oude muziektent.

Eeuwenlang hadden de bestuurders van het dorp financiële problemen met het onderhoud van bruggen en water. In de 19e eeuw werd de Vliet meer en meer een afvoer van rioolwater. Een plan tot demping in de jaren ’60 werd echter verworpen na protest van de bevolking die het idyllisch dorpsgezicht bewaard wilde zien.

Om te voldoen aan de eisen van de tijd werd er riolering aangelegd in de Vlietstraten. Ook werden de bruggen gerestaureerd en tot slot vond er tussen 1987 en 1989 een grote restauratie plaats van de walmuren. De Rijnsburgse Vliet kon er weer even tegen en zal voor de komende jaren het karakteristieke hart van Rijnsburg blijven.

In het Museum van het Genootschap Oud Rijnsburg ligt ter inzage het fotoboekje ‘De gerestaureerde Vliet te Rijnsburg’ (oktober 1989).