Vijf historische locaties op het Rapenburg
Spinoza – U staat hier voor het beeld van de wereldberoemde filosoof Benedictus de Spinoza, meestal simpelweg Spinoza genoemd.
Spinoza
Het beeldje op deze locatie staat hier als aandenken aan de later wereldberoemd geworden filosoof Benedictus de Spinoza die 2½ jaar (1661-1663) in Rijnsburg heeft gewoond.
Bij zijn geboorte in 1632 kreeg Spinoza van zijn ouders de (Portugese) voornaam Bento. Binnen de Joodse gemeenschap echter werd hij Baruch genoemd, een naam die hijzelf nooit gebruikte. Na zijn verbanning in 1656 (hij was toen 23 jaar) noemde hij zichzelf Benedictus. Al deze namen betekenen in wezen hetzelfde: ‘gezegende’.
Het huis waar Spinoza woonde en werkte (om in zijn onderhoud te voorzien was hij lenzenslijper) staat op een steenworpafstand van hier, aan de Spinozalaan 29. Sinds 1899 doet het huis dienst als museum en staat bekend als Het Spinozahuis. Meer over het huis en museum verderop in dit artikel.

Spinoza was van Joodse afkomst. Zijn ouders waren begin 17e eeuw van Portugal naar Amsterdam geëmigreerd om verplichte bekering tot het katholicisme te ontlopen. En omdat in de Nederlanden na de succesvolle opstand tegen Spanje (de 80-jarige oorlog) een redelijke mate van godsdienstvrijheid heerste, was de jonge Republiek een geliefd toevluchtsoord voor mensen die zich om godsdienstredenen gedwongen voelden hun land te verlaten.
Benedictus de Spinoza zelf werd in 1632 in Amsterdam geboren. Daar ontwikkelde hij zich als kritisch denker, met name over onderwerpen als geloof, vrijheid en waarheid. Vanwege zijn vrijzinnige ideeën wordt hij in 1656 op jonge leeftijd uit de Joodse gemeenschap verbannen. Hij blijft nog 5 jaar in Amsterdam wonen waar hij lessen volgt aan de Latijnse school. Als betaling geeft hij daar les in de Hebreeuwse taal.
Onder zijn vrienden bevonden zich aanhangers van de Collegianten, een vereniging van protestanten die vrijzinnigheid als levensbeschouwing met hem deelde. Mogelijk hebben zij hem op het idee gebracht een kamer te huren in Rijnsburg, een plek waar een actieve Collegianten gemeenschap regelmatig hun bijeenkomsten hield. In 1661 verhuisde Spinoza naar Rijnsburg, waar hij mogelijk ook deelnam aan deze bijeenkomsten. Het verhaal ‘Het Grote Huys en de Collegianten’ vertelt hier meer over.
Spinoza’s jaren in Rijnsburg worden wel gezien als zijn meest vruchtbare. Hij werkte hier onder andere aan het eerste deel van zijn Magnum Opus, de Ethica. Hij voltooide dit werk in 1675, na zijn Rijnsburg-periode. Het werd pas na zijn overlijden gepubliceerd. Ook schreef hij in 1663 een boek over de filosofie van Descartes en in 1670 het Theologisch Politiek Traktaat. Met name dit laatste boek bevat politiek filosofische teksten die ook nu nog zeer actueel zijn.
Na 2½ jaar Rijnsburg verhuisde hij in 1663 naar Voorburg en later naar Den Haag waar hij in 1677 overleed aan de gevolgen van een longziekte, mogelijk opgelopen door het inademen van glasstof bij het lenzenslijpen.
Voor wie meer wil weten over het gedachtengoed van Spinoza is in het museum Het Spinozahuis een ruim assortiment aan boeken verkrijgbaar, waaronder een boekje van Jan Knol, ‘En Gij zult Spinazie Eten’. Hierin worden in zeer begrijpelijke taal de ideeën van Spinoza uitgelegd.
Over het Spinozahuis

Bij de foto: “tulpenkwekerij bij Het Spinozahuis in Rijnsburg”
Geschilderd tussen 1902 en 1937 door Anton L. Koster (1859- 1937)
Het Spinozahuis is gebouwd in 1660 als chirurgijnswoning in opdracht van chirurgijn Herman Hooman. Oorspronkelijk was de woning gelegen aan de Kwakellaan, in de volksmond later ook wel het ‘Paradijslaantje’ genoemd naar de tekst op een gevelsteen in de voorgevel (zie gedicht hieronder).
Nadat het in de 19e eeuw had dienstgedaan als onderkomen voor daglonersgezinnen, werd het huis in 1896 aangekocht door de Vereniging Het Spinozahuis. Deze richtte het in als museum om te informeren over het leven en het gedachtengoed van de inmiddels wereldberoemde filosoof Spinoza. In eerste instantie werden hiervoor twee kamers ingericht. Vanaf 2012 ging het hele huis dienst doen als museum.
Het belangrijkste bezit van het museum betreft Spinoza’s Boekerij, gereconstrueerd op basis van een boedelbeschrijving uit 1677. Deze Boekerij omvat ca. 140 boekbanden uit dezelfde tijd dat Spinoza zelf zijn bibliotheek samenstelde. De collectie geeft een goed beeld van de heersende denkbeelden in het midden van de 17e eeuw. Ook toont het museum oude replica’s van gereedschappen die Spinoza gebruikte bij het uitoefenen van zijn vak als lenzenslijper.
In de voorgevel van het huis bevindt zich een zandstenen gevelsteen uit 1899 waarop de tekst staat van een ouder geschilderd exemplaar:
Ach! Waren alle Menschen wijs
En wilden daarbij wel
De Aard waar haar een Paradijs
Nu isse meest een Hel
Deze tekst is afkomstig uit het slotcouplet van het gedicht ‘Maysche Morgenstond’ van Dirk Raphaelz. Camphuysen, predikant en dichter uit de tijd van de 80-jarige oorlog. Op Wikipedia wordt vermeld: ‘Zijn populariteit lag waarschijnlijk in het feit dat Camphuysen over geestelijke zaken begrijpelijke poëzie schreef met een piëtistische ondertoon’. Camphuysen was geliefd als dichter bij de Collegianten. De gebroeders van der Kodde (initiatiefnemers van de Collegianten bijeenkomsten in Rijnsburg) gaven zijn werk opnieuw uit.
Tot slot, Museum Het Spinozahuis staat aangegeven op de plattegrond behorende bij deze fiets/wandelroute en bevindt zich op 5 minuten lopen van hier via het Rapenburg, een klein stukje Langevaart en de Spinozalaan.
Contactgegevens en openingstijden staan vermeld op website: https://spinozahuis.nl/
——- Einde Spinoza ——-
Rapenburgkerk – Keert u uw rug naar Spinoza dan ziet u rechts aan het Rapenburg de kerktoren van de Immanuëlkerk. Tot 1967 stond op die plek de Rapenburgkerk.
De Rapenburgkerk
De kerktoren rechts voor u is van de Immanuëlkerk. Deze werd op 8 oktober 1969 in gebruik genomen. In vroegere jaren stond hier de Rapenburgkerk. Op 30 maart 1967 moest deze worden gesloten vanwege zijn gebrekkige bouwkundige staat.

Geschiedenis – In december 1839 werd de Christelijk Afgescheiden Gemeente opgericht (later de Gereformeerde Kerk), omdat men zich niet meer kon vinden in de leer van de Hervormde (staats)Kerk.
In 1841 vestigde de gemeente zich in een eigen kerk aan de Koestraat. In eerste instantie in een bestaand gebouw van de voormalige kolfbaan. Later in een nieuw eigen gebouw, de Bethelkerk, waarvan de Eerste Steen nog terug te zien is als gevelsteen ‘Eben-Haëzer’ in de voorgevel van het huidige pand aan de Koestraat nummer 7 (zie Tegel nr. 8). In 1880 was het ledental gegroeid tot 750, wat nieuwbouw noodzakelijk maakte.
Rond 1882 kon men een stuk grond aan het Rapenburg kopen van ouderling W.L. van der Gugten en voor 12.699 guldens werd de bouw van een nieuwe kerk aanbesteed. Al op 3 oktober van datzelfde jaar kon het gebouw in gebruik worden genomen. Het orgel was een tweedehandsje overgenomen van de Hartebrugkerk in Leiden. Bij de kerk zijn later ook zaaltjes gebouwd, waaronder zaal Concordia in de Kerkstraat. In 1893 werd de kerk vergroot onder regie van architect Tjeerd Kuipers en werden er ook galerijen ingebouwd om het aantal zitplaatsen uit te breiden.
In de winter werd het gebouw warm gehouden met enkele kolengestookte kachels. Echter, alleen de gemeenteleden die er dichtbij zaten hielden het lekker warm. De kerkbezoekers op de achterste banken moesten hun jassen aanhouden om niet te vernikkelen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de kerk een uitvalsbasis van het verzet in Rijnsburg. Het verhaal gaat dat de toenmalige dominee Henk Post, broer van verzetsheld Johannes Post, met een geladen pistool onder zijn toga op de kansel stond. Onder zijn gehoor bevond zich ook de bekende schrijfster/journaliste Hanneke Groenteman die tijdens de oorlog als kind ondergedoken was in Rijnsburg.
De kerk werd uiteindelijk in 1967 gesloopt. Het haantje op de toren van de huidige Immanuëlkerk is de enige tastbare herinnering aan de oude Rapenburgkerk.
——- Einde De Rapenburgkerk ——-
Regthuis – Links van u ziet u het Regthuis, herkenbaar aan de groene luiken. Dit huidige woonhuis is een replica van het gebouw dat hier eens stond en waar, zoals de naam al aangeeft, in vroeger jaren recht werd gesproken.
Het Regthuis
In de 17e eeuw vergaderde het dorpsbestuur (de schout en schepenen) veelal in een plaatselijke herberg. Tijdens zulke vergaderingen werd ook recht gesproken. In Rijnsburg gebeurde dit vanaf ca. 1655 in herberg De Valk, toen in het bezit van de schout zelf. Deze herberg stond aan de Vliet Zuidzijde, nabij de Koebrug (ook wel Valkbrug genoemd).
Toen er in 1739 grote schulden waren, besloot het dorpsbestuur om kosten te besparen de Regtkamer te verplaatsen naar een particulier huis. Daartoe werd een gedeelte van een huis gehuurd aan de Vliet Noordzijde, toen in eigendom van Maria van Lommertsen, de vrouw van Christiaan van Koningsteijn, kapitein in dienst van de koning van Zweden. In 1753 werd het gehele huis gekocht door de burgemeester Jan de Heijde voor de somma van ’110 guldens en 10 stuivers’, voor rekening van het dorp. Het huis zou bewoond worden door Willem van Egmond, die tot opzichter van de Regtkamer werd aangesteld.
Hoe oud het huis was, is niet met zekerheid vast te stellen, maar het pand komt al voor op een kaart uit 1598, gemaakt door Symon Aerntsz. van Buningen, in opdracht van de Ridderschap van Holland.

Kaart uit 1598 in bezit van het Nationaal Archief
De straat voor het Regthuis werd gebruikt voor het publiekelijk voorlezen van publicaties van de hoge overheid, de vierscharen en het dorpsbestuur. Dit ‘na voorafgaand klokkegeslag’.
In 1778 werd het achterste gedeelte gesloopt wegens ‘oudheid en bouwvalligheid’.
N.B. De aanhalingen zijn overgenomen uit het boek ‘Duizend Jaar Rijnsburg”‘(1975, door J.B. Glasbergen en S.C.H. Leenheer), waar in hoofdstuk IV (De Dorpsregering 1575-1795) een uitgebreide sectie is gewijd aan het Regthuis. Dit boek is in te zien in het Museum van het Genootschap Oud Rijnsburg

Bij de foto: Het oude Regthuis voor de verbouwing eind jaren ’70 van de vorige eeuw
Toen eind jaren ’70 van de vorige eeuw werd besloten de panden gelegen tussen de Freesiastraat en apotheek Sloothaak in z’n geheel af te breken, kocht de Rijnsburgse aannemer en bestuurslid van het Genootschap Oud Rijnsburg, Nic. van Egmond Pzn, een kavel en bouwde hierop het huidige pand als een replica van het oude Regthuis, inclusief een uit het lood staande voorgevel. De replica is wel kleiner dan het oorspronkelijke gebouw en beslaat ongeveer de helft van de oppervlakte van het origineel.
In later jaren werd het pand gekocht door de Rabobank om het te gebruiken als woning voor de plaatselijke directeur. Na vertrek van de bank uit Rijnsburg kwam het pand weer in particuliere handen.
——- Einde Het Regthuis ——-
Doktershuis – Dit huis stond tot 1964 ongeveer op de plaats aan uw rechterhand waar u nu twee garagedeuren ziet. Het verhaal over het huis en zijn laatste bewoner, dr. E.E. van der Laan, vindt u hieronder.
Doktershuis en Dokter E.E. van der Laan
Op de hoek van het Rapenburg en de Korte Vaart ziet u twee eigentijdse woningen uit de jaren ‘60-‘70 van de vorige eeuw. Voor die tijd echter stond daar wat men toen noemde het doktershuis. Het doktershuis stond toentertijd vooral bekend als de woon- en werkplaats van de in Rijnsburg bekende en zeer gewaardeerde huisarts dokter E.E. van der Laan.
Meer over dokter van der Laan in het tweede gedeelte van dit verhaal, maar eerst iets over het huis. Het oudste gedeelte van het huis (links op de foto, het huisdeel met de opkamer aan de voorkant gelegen aan het Rapenburg) is al terug te vinden op een plattegrond van Symon Aerntsz. van Buningen uit de jaren 1596-1598.

Archiefonderzoek in 2017 1) heeft uitgewezen dat het perceel waarop het huis staat al werd genoemd in 1434 en in 1439, in archiefdocumenten van de Abdij van Rijnsburg. Het werd daarin aangeduid als de Toirnboomgairt (de Torenboomgaard). In deze documenten was ook al sprake van een huis, maar het document vermeldt ook dat ‘dit huys is offgebroken’. Het oudste gedeelte van het doktershuis op de foto is dus van latere datum, maar in ieder geval van vóór 1596. Oud dus. Het midden- en rechterdeel op de foto werd rond 1600 in stappen aangebouwd. Hoe dit precies in z’n werk ging staat in detail beschreven in het artikel van Poortinga en van der Laan 1).

In het archiefonderzoek uit 2017 staat de eeuwenlange overdrachtsgeschiedenis van de Torenboomgaard-met-huis bijna van bewoner na bewoner vermeld. Hieruit blijkt dat huis en erf door personen met velerlei achtergronden bewoond is geweest: rentmeesters, schouten, academici uit Leiden, veelal van adellijke afkomst. Echter vanaf 1781 werd het huis aaneensluitend bewoond door chirurgijns en dorpsartsen, met als laatste dus dokter van der Laan.
In 1964 werd het huis afgebroken om ruimte te maken voor een breder Rapenburg om de verkeersdoorstroming te verbeteren in verband met het toenemende verkeer, onder meer als gevolg van de groeiende bloemenhandel. Aangepast aan de nieuwe situatie liet dokter van der Laan er een meer eigentijdse praktijk en woning bouwen. Na zijn pensionering in 1975 werd deze praktijk voortgezet door de huidige Rijnsburgse Huisartsenpraktijk Nieuw Rapenburg (tegenwoordig gevestigd aan de Katwijkerweg nr. 7). Het woongedeelte ging over in particuliere handen. Na het overdoen van huis en praktijk liet de dokter nog een keer een nieuwe woning bouwen, op de hoek van de Korte Vaart en het Rapenburg in de voormalige tuin van het Doktershuis, op de grond van de oude Torenboomgaard. Daar heeft de dokter met zijn echtgenote gewoond tot zijn dood in 1983.
Over dokter van der Laan – Dokter van der Laan was niet alleen bekend en gerespecteerd als huisarts, maar ook, en misschien wel vooral, vanwege zijn verzetsactiviteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog. De dokter speelde met name een belangrijke rol, samen met dominee Henk Post en de andere leden van de door hen geleide Verzetsgroep Rijnsburg, bij het onderbrengen van Joodse onderduikers. In het boekje ‘Een veilig Nest voor Vervolgden – Verhalen over Joodse onderduikers in Rijnsburg’ 2) is een apart hoofdstuk gewijd aan de verzetsactiviteiten van de dokter en dominee Post.
Na de oorlog werd dokter van der Laan gemeenteraadslid en bleef dat tot 1966. Ook bleef hij actief als huisarts tot zijn pensionering in 1975 en werd bij die gelegenheid uitgeroepen tot ereburger van de gemeente Rijnsburg. In ons verhaal over Café Central wordt nog vermeld dat bij zijn 25-jarig huisartsenjubileum in 1963 de receptie plaatsvond in Café Central en dat ‘receptiegangers aan beide zijden van de Vliet in de rij stonden om de dokter en zijn vrouw te kunnen feliciteren’. Dokter van der Laan overleed in 1983.
1) ‘Het huis met de Torenboomgaard (1434-1964). Een ‘casestudy van vestiging van elite in Rijnsburg’, een essay van Eke Poortinga en Ellen van der Laan, 2017
2) Een ‘Veilig Nest voor Vervolgden‘; Uitgave Genootschap Oud Rijnsburg, 2015 – in te zien en verkrijgbaar in het Museum van het Genootschap.
——- Einde Doktershuis en Dokter E.E. van der Laan ——-
De Vliet – Vanaf dit punt voor het Spinozabeeldje heeft u mooi zicht op de Vliet. Het verhaal over de Vliet is te lezen vanaf de brug op de Brouwersstraat (Tegel 13).
